Het winnende verhaal van Schrijfwedstrijd Schrijfdorst: Eau de cologne

Het winnende verhaal van de Schrijfdorst Schrijfwedstrijd 2020 met dit jaar het thema “Gaan & Blijven” is geworden het verhaal van Tuly Salumu “Eau de cologne”. De schrijfwedstrijd

is een onderdeel geweest van het Schrijfdorst Festival, dat plaats had moeten vinden op 29 oktober. Lees je mee?

Zestig. Hij is zestig geworden in dit verrekte land van regen en klei. Had hij dat ooit durven dromen als jong broekventje in Kinshasa? Wellicht wel, hij is altijd een dromer geweest, zelfs toen hij als vijftienjarige mtoto plots zonder vader viel. Maar dat hij zijn oude dag moest slijten zonder rotte frank in dit grijze land, na veertig jaar bandwerk bij Volvo? Neen, dat ging zelfs zijn verbeelding te boven.

Hij kijkt naar zijn propvolle reiskoffer en neemt een slok water. Die vermaledijde keel. Sinds hij chemo kreeg voor keelkanker was er geen dag zonder pijn. Hij heeft diep gezeten, is dertig kilo afgevallen, lag maanden in het ziekenhuis. Maar zijn geloof sleurde hem erdoor. In het ziekenhuis kreeg hij amper bezoek, maar zijn grote liefde week geen seconde van zijn zijde: de Bijbel. Waarom gelooft niemand hem als hij zegt dat hij zijn genezing aan God te danken heeft? Toen alle kankercellen vernietigd waren en hij zijn oncoloog een bijbel schonk, volgde enkel een zenuwachtig lachje. Toen hij ongestoord voortbabbelde over de andere goddelijke kracht die de almachtige hem had toebedeeld wees ze hem snel de deur. Mensen lachen hem uit, maar hij weet het: sinds zijn herstel kan hij mensen genezen met niks meer dan een simpele handoplegging.
Hij kijkt naar zijn verweerde handpalmen, de flinterdunne kroeshaartjes op zijn vingers en bibbert over zijn hele lijf. Die keer dat hij zijn ijlende tante had gezegend voor het slapengaan… En dat ze voor dag en dauw volledig koortsvrij was opgestaan! Het was een mirakel dat hem vervulde met geluk. Maar bij zijn zoon en dochter leidde het enkel tot een geërgerd gezucht. De kloof tussen hem en zijn kinderen konden zijn handen niet oplossen.
Ach, het gebrek aan verbeeldingskracht van de blanken. Ook zijn kinderen zijn mundeles. Wilde krullen en een koffie-met-melkbruine huid betekent niet dat ze zich Congolezen mogen noemen. Integendeel, het is een manier van zijn, een diepgeworteld gevoel. Zijn zoon noemt het traag en onbetrouwbaar, hij noemt het onthecht, zoals het opvliegende zand op hobbelige baantjes in Limete, de volkswijk waar hij opgroeide. Pas als je geen nagel hebt om aan je kont te krabben, geen kruimel te eten hebt, gebruik je je verbeelding écht. Zijn eerste Big Mac, met de gesmolten kaas en druiperige jus, was niet echt zijn eerste. Tijdens zijn kinderjaren had hij al honderden, duizenden hamburgers gegeten, al dagdromend in de verschroeiende Congolese zon.
Hij kijkt naar zijn reiskoffer en de schamele spullen: wat familiefoto’s, zijn eau de cologne, het sjaaltje waarmee hij zijn rafelige hals bedekt. Zijn bezittingen zijn beperkt. Zijn zuurverdiende centen heeft hij tijdens zijn leven één voor één uitgegeven. Toen hij zijn eerste loon kreeg na een maand auto’s repareren was zijn vreugde zo groot dat hij het er op één weekend doorjoeg aan champagne, designerkledij en vrouwen. En zo is het de rest van zijn leven eigenlijk blijven gaan. Sparen heeft hij nooit gekund. Geld moest rollen, als het niet was voor zichzelf dan wel voor zijn familie in Congo. Dat hij daardoor de schoolkosten van zijn kinderen niet kon betalen: dat was dan maar zo. Er was nog altijd zijn ex, de moeder van zijn kinderen, op wie hij financieel kon leunen.
Naar Congo terugkeren en er zakendoen. Dat was een plan. Hij zou une agence de construction kunnen beginnen, zoals zijn vader. Of huizen verkopen, dat leek hem ook een lucratief handeltje. Hij zou er tantes en nonkels in de armen sluiten, beignets eten van ’s morgens tot ’s avonds en eindelijk vrij zijn van zorgen. Hij zou geen parvenu meer zijn, geen salle nègre. Hij zou thuis zijn. Maar dat was een leugen. Die ene keer dat hij terug naar zijn moederland was gereisd voor de begrafenis van zijn moeder, voelde hij zich zelf als een mundele. Familieleden smeerden hem stroop rond de mond en bedelden bij hem om geld. Hoogdravende discussies in het Swahili kon hij niet goed meer volgen. Hij was de kern van de taal simpelweg verleerd. Oh, de schaamte. Hij zat vast. Een man zonder thuis is als een hond zonder baasje. Stuurloos, dood gewicht.
Hij wreef met zijn duim over de vergeelde familiefoto’s, kuste ze en spoot een wolk eau de cologne. Hij bond zijn sjaal over zijn betraande ogen, stapte naar het balkon, en sprong. Mon fils, ma fille, pardonnez-moi.

Start typing and press Enter to search